Vragen artikel 39 RvO: Brabantbad en actualisatie bestemmingsplannen

maandag 15 december 2003

 

Geacht college,

 

Het college van B&W c.q. de gemeenteraad heeft geregeld gesproken over de omgeving van de IJzeren Vrouw/Brabantbad/De Vinkenkamp.

 

Op 5 november 2002 heeft het college van B&W het verzoek van de VVD overgenomen om (met hiervoor € 115.000 aan extra middelen per jaar) een Actualisatieplan voor bestemmingsplannen op te stellen. Op 7 mei 2003 is dit Actualisatieplan in de commissie ROB besproken. De commissie heeft ingestemd met de planning, waarin het bestemmingsplan IJzeren Vrouw opgenomen is voor 2003. In de commissie ROB van 4 juni 2003 is gesproken over de samenhang van de verschillende initiatieven rond de IJzeren Vrouw. Hierbij is door een belangrijk deel van de gemeenteraad (en mogelijk een meerderheid) een nadrukkelijke zienswijze uitgesproken over de situering van eventuele bouwinitiatieven bij de locatie Brabantbad. Ondanks dat het stuk ter kennisname was, kan de discussie richtinggevend en daarmee kaderstellend worden genoemd.

Het laatste besluit over Brabantbad is recentelijk door uw college genomen (op 18 november jl.), waarbij u besloten heeft een ontwikkelingsovereenkomst te sluiten met Hertogbouw voor deze locatie.

 

Uit opvraag van de collegestukken blijkt dat met Hertogbouw nu een lijn wordt ingezet waarbij uw college nog steeds de intentie heeft de nieuwbouw ter plaatse van Brabantbad aan en in het water (Klein Venetië) te laten plaatsvinden. U borduurt hierbij voort –zo blijkt uit de stukken- op afspraken met Hertogbouw van 21 december 2001 en 20 maart 2003. Over inzicht in deze gemaakte afspraken, die vanuit bedrijfseconomische overwegingen een vertrouwelijk karakter zouden hebben, blijkt de gemeenteraad niet te mogen beschikken.

 

Over het bouwen aan en in het water is in de commissie ROB gesproken; dit blijkt zowel binnen als buiten de gemeenteraad niet onomstreden te zijn.

 

De VVD heeft aangegeven de nieuwbouw niet per definitie daar, maar richting de parkeerplaatsen te willen bezien, om zodoende het ‘rondje Prins Hendrikpark’ ook een ronde te laten blijven. Andere fracties deelden die mening.

 

Onze fractie constateert aldus dat op basis van het laatste B&W-besluit de gang van zaken rond locatie Brabantbad niet strookt met de wensen en besluiten van de gemeenteraad:

a. De zienswijze van een belangrijk deel van de gemeenteraad over een mogelijke andere locatie van de bebouwing bij het voormalige Brabantbad, wordt genegeerd;

b. het college informeert de raad niet actief over uw activiteiten en afspraken die u over de locatie Brabantbad maakt en die afwijkend zijn van de zienswijze van de raad;

c. het bestemmingsplan IJzeren Vrouw, dat er in 2003 zou komen, is er nog niet;

d. desondanks zet u nu al een traject in waardoor de onomkeerbaarheid van omstreden bouw aan en in het water steeds groter wordt.

 

De VVD acht een voorspoedige aanpak van het woningtekort wenselijk, maar vreest door het maken van verkeerde keuzes juist vertraging. Gelet op de ervaringen met de ZPP’s Javastraat vragen wij nu tussentijds duidelijkheid. Daarom heeft onze fractie de volgende vragen:

 

 

 

 

In het Actualisatieplan bestemmingsplannen is het gebied IJzeren Vrouw aangegeven

voor 2003. De commissie ROB heeft hiermee ingestemd en voor de uitvoering van het plan heeft uw college extra middelen gekregen. Het bestemmingsplan zou er dan ook in 2003 moeten hebben zijn; de VVD is van mening dat het er dus spoedig moet komen.

a. Waarom is er nog geen voorontwerp-bestemmingsplan?

b. Wanneer zal dit alsnog gereed zijn?

 

 

De VVD is (en staat in de raad daarin niet alleen) van mening dat het Prins Hendrikpark

een onbebouwd park moet blijven en pleit derhalve voor nieuwbouw ter plaatse van of nabij de parkeerplaatsen bij de Van Grobbendoncklaan in plaats van aan en in het water.

a. Kunt u motiveren waarom u de besproken zienswijze van een groot aantal fracties van de gemeenteraad op voorhand naast u neerlegt?

b. bent u bereid alsnog ook de mogelijkheden van bebouwing ter plaatse van of nabij de parkeerplaatsen bij de Van Grobbendoncklaan te bezien?

c. kunt u in zijn algemeenheid aangeven wat de zienswijze en bedenkingen van de gemeenteraad voor u betekenen en wat u hiermee doet?

d. welke afspraken zijn er reeds in 2001 over de locatie gemaakt en waarom is de gemeenteraad daarover niet eerder geďnformeerd?

 

 

De VVD heeft u reeds meerdere malen op uw verantwoordelijkheid gewezen ten

aanzien van de actieve informatieplicht, zodat de raad haar controlerende en kaderstellende rol kan uitoefenen. Hoe kan het dat u de gemeenteraad niet actief heeft geďnformeerd over uw besluit, ondanks dat u rekenschap heeft kunnen nemen dat ontwikkelingen bij de IJzeren Vrouw als politiek relevant voor de raad worden beschouwd?

 

 

In het verleden is in de vergadering van de Commissie voor Stadsontwikkeling en

Openbare Ruimte door toenmalig wethouder Van Beers gesproken over de financiële koppeling tussen de ontwikkeling van dit plangebied en het Sportiom.

Kunt u uitleggen wat deze koppeling inhoudt en of deze nog van toepassing is?

 

 

 

 

U bent –in vervolg op de raadsvergadering van juni 2003- in “goed en adequaat overleg”

getreden met de georganiseerde omwonenden van de IJzeren Vrouw.

Met welk doel is dit overleg: om hen te informeren of ook met de intentie de zienswijze van deze betrokkenen bij de planvorming te betrekken? Indien alleen het eerste het geval is, welk nut dient dit dan?

 

 

Tot slot ten overvloede: Ten aanzien van de voormalige HAS-locatie heeft de gemeenteraad in juni van dit jaar al aangegeven dat hoogbouw van 60 m hier niet tot de mogelijkheden behoort.

 

 

Wij vernemen graag zo spoedig mogelijk uw antwoord in deze.

 

VVD-Fractie gemeenteraad ’s-Hertogenbosch,

 

Namens deze,

 

 

 

 

drs. G.T. Schermers

 

 

Antwoorden van de gemeente:

 

Geachte heer Schermers,

 

Door U zijn namens de VVD-fractie vragen ex artikel 39 RvO gesteld met betrekking tot het Brabantbad en de actualisatie van het bestemmingsplan IJzeren Vrouw. In deze brief  zijn uw vragen opgenomen en van een antwoord voorzien.

 

Vraag 1:

In het actualisatieplan bestemmingsplannen is het gebied IJzeren Vrouw aangegeven voor 2003. De commissie ROB heeft hiermee ingestemd en voor de uitvoering van het plan heeft uw college extra middelen gekregen. Het bestemmingsplan zou er dan ook in 2003 moeten hebben zijn; de VVD is van mening dat het er dus spoedig moet komen.

a.      Waarom is er nog geen voorontwerpbestemmingsplan?

b.      Wanneer zal dit alsnog gereed zijn?

 

Antwoord:

Gezien de aanwezigheid in het plangebied van twee complexe projecten met een eigen dynamiek, de één (HAS-locatie) gericht op hoogbouw en de ander (Brabantbad) gericht op bouwen aan en in het water en de wens om beide projecten integraal op te nemen in een voorontwerpbestemmingsplan is de planning van desbetreffend bestemmingsplan vooruitgeschoven. Op dit moment worden voor het gebied rondom de IJzeren Vrouw de ruimtelijke uitgangspunten verder uitgewerkt. Naar verwachting zullen deze in maart 2004 worden aangeboden aan de commissie ROB. Zodra de ruimtelijke uitgangspunten gereed zijn, zullen deze vertaald  worden in het voorontwerpbestemmingsplan. Dit zal naar verwachting in 2004 plaatsvinden.

 

Vraag 2:

De VVD is (en staat in de raad daarin niet alleen) van mening dat het Prins Hendrikpark een onbebouwd park moet blijven en pleit derhalve voor nieuwbouw ter plaatse van of nabij de parkeerplaatsen bij de Van Grobbendoncklaan in plaats van aan en in het water.

a.      Kunt u motiveren waarom u de besproken zienswijze van een groot aantal fracties van de gemeenteraad op voorhand naast u neerlegt?

b.      Bent u bereid alsnog ook de mogelijkheden van bebouwing ter plaatse van of nabij de parkeerplaatsen bij de Van Grobbendoncklaan te bezien?

c.      Kunt u in zijn algemeenheid aangeven wat de zienswijze en bedenkingen van de gemeenteraad voor u betekenen en wat u hiermee doet?

d.      Welke afspraken zijn er reeds in 2001 over de locatie gemaakt en waarom is de gemeenteraad daarover niet geďnformeerd?

 

Antwoord:

Uw constatering dat ons college op voorhand zienswijzen uit de raad naast zich zou neerleggen kunnen wij niet volgen. Er is terzake geen besluit genomen waaruit dat blijkt. Wij wijzen daarbij op het volgende:

Het bouwen aan en in het water van de locatie Brabantbad speelde reeds in 1992. In 1992 (raadsbesluit december 1992) is de Europan-prijsvraag uitgeschreven. De winnende ontwerpen gingen uit van bouwen aan en in het water. In 1995 is geprobeerd de twee winnende ontwerpen te integreren en te realiseren. Dit is niet haalbaar gebleken. Vervolgens is los van de winnaars een stedenbouwkundige visie (1999) opgesteld voor het gebied IJzerenvrouw e.o.  waarin de uitgangspunten van de winnende ontwerpen zijn opgenomen. Conform de gebruikelijke gang van zaken zijn in de eerste helft van 2000 de onderhandelingen geopend over de intentieovereenkomst met betrekking tot de herontwikkeling van de locatie. Deze onderhandelingen konden eerst worden afgerond, nadat nader technisch onderzoek was verricht in verband met het bouwen aan en in het water en daarover nader deskundigenadvies was uitgebracht. Begin april 2003 werden de onderhandelingen weer heropend op basis van de conceptovereenkomst van 20 oktober 2000. Het besluit tot het aangaan met “Hertogbouw” van een intentieovereenkomst inzake herontwikkeling van de locatie Brabantbad werd na afronding van de onderhandelingen uiteindelijk op 4 november 2003 genomen. Tussentijds ( in 2001) werden geen definitieve (rechtens bindende) afspraken gemaakt. Het college staat nog steeds achter de eerder opgestelde stedenbouwkundige opzet. Vandaar dat het programma van eisen bij de overeenkomst ook zo geformuleerd is.

Dit betekent echter niet dat zienswijzen en opmerkingen van raadsleden op voorhand naast ons neergelegd worden. In het kader van de RO-procedure zullen alle zienswijzen en opmerkingen worden betrokken  op grond waarvan na afweging van alle belangen (waarin uiteraard ook zienswijzen van raadsfracties worden betrokken) een voorstel aan de raad zal worden voorgelegd. Op dat moment kan de gemeenteraad beoordelen of zij met de opvattingen van het college kan instemmen en of en zo ja op welke wijze met de eerdere zienswijzen van raadsfracties rekening is gehouden. 

 

Vraag 3:

De VVD heeft u reeds meerdere malen op uw verantwoordelijkheid gewezen ten aanzien van de actieve informatieplicht, zodat de raad haar controlerende en kaderstellende rol kan uitoefenen. Hoe kan het dat u de gemeenteraad niet actief heeft geďnformeerd over uw besluit, ondanks dat u rekenschap heeft kunnen nemen dat ontwikkelingen bij de IJzeren Vrouw als politiek relevant voor de raad wordt beschouwd?

 

Antwoord:

In dit soort situaties is het gebruikelijk dat in de voorbereidingsperiode , gelet op de onderhandelingspositie van zowel de gemeente als de andere partners, geen openbare mededelingen worden gedaan. Over het algemeen kennen dit soort ontwikkelingstrajecten een lange tot zeer lange looptijd. Kenmerk van deze trajecten is dat in overleg met de initiatiefnemer en omwonenden op basis van eerste ideeën zich een voorlopig ontwerp ontwikkelt, wat zich vervolgens leent voor een discussie op hoofdlijnen in de commissie en de raad. Op basis van deze discussie vindt uitwerking plaats daarbij rekening houdend met de resultaten van deze discussie. Tot nu toe is dat een verantwoorde werkwijze gebleken temeer omdat in overeenkomsten altijd het voorbehoud wordt gemaakt dat de gemeente aan haar publiekrechtelijke verplichtingen moet kunnen voldoen.

 

Vraag 4:

In het verleden is in de vergadering van de Commissie voor Stadsontwikkeling en Openbare Ruimte door toenmalig wethouder van Beers gesproken over de financiële koppeling tussen de ontwikkeling van dit plangebied en het Sportiom. Kunt u uitleggen wat deze koppeling inhoudt en of deze nog van toepassing is?

 

Antwoord:

De gronden van het Brabantbad en Sporthal de Vinkenkamp ca zijn destijds ingebracht bij het grondbedrijf met het oogmerk de locatie te herontwikkelen met woningbouw. De commissies RO/Cult (leidend), OWM/SRT en VHV/VV hebben in hun vergaderingen van december 1991 over de structuurvisie Hintham-Noord Sportpark de Vliert positief geadviseerd m.b.t. de uitvoering. In de bijbehorende begroting, die voor de commissiebehandeling ter inzage heeft gelegen, is de grondexploitatie voor de locatie Brabantbad opgenomen. Hieruit blijkt dat de boekwaarde van de gronden en panden van het Brabantbad en de sporthal Vinkenkamp ten laste worden gebracht van de grondexploitatie Brabantbad. Uitgangspunt bij de grondexploitatie Brabantbad was dat de locatie Brabantbad voldoende ontwikkelingspotentie voor woningbouw heeft en voldoende opbrengsten kan genereren ter dekking van de ingebrachte boekwaarde en de overige kosten behorende bij de ontwikkeling Brabantbad. De daarbij vanuit het grondbedrijf beschikbaar gekomen middelen zijn bij raadsbesluit vervolgens aangewend om het Sportiom te realiseren. Daarmee is destijds een financiële koppeling tussen beide projecten gelegd en vervolgens ook tot uitvoering gebracht.

 

Vraag 5:

U bent – in vervolg op de raadsvergadering van juni 2003 – in “goed en adequaat overleg” getreden met de georganiseerde omwonenden van de IJzeren Vrouw.

Met welk doel is dit overleg: om hen te informeren of ook met de intentie de zienswijze van deze betrokkenen bij de planvorming te betrekken? Indien alleen het eerste het geval is, welk nut dient dit dan?

 

Antwoord:

Gelet op de verschillende ontwikkelingen in en rondom het park is een goede communicatie van belang. Vandaar dat een platform is ingesteld met vertegenwoordigers van de wijkraad Muntel-Vliert-Orthenpoort en de Stichting IJzeren Vrouw. Dit platform is het directe aanspreekpunt en wordt tijdig en volledig geďnformeerd. De gemeente neemt hiertoe het initiatief. (actieve communicatie) Hoofddoelstelling is om het proces transparanter te maken en zoveel mogelijk informatie te geven. Opmerkingen van de wijkraad en van de stichting zullen worden betrokken bij de planontwikkeling.

Wij merken nog het volgende op:Naar goed democratisch gebruik worden hier de bewoners in de gelegenheid gesteld om hun opvattingen over plannen kenbaar te maken. Alle belangen die bij planontwikkeling een rol spelen worden gewogen. Dat betekent dat niet op voorhand kan worden uitgesproken dat wensen of bedenkingen van verschillende belanghebbenden worden gehonoreerd of afgewezen. Die duidelijkheid mag worden verwacht in een traject waarin de inbreng van meerdere partijen serieus worden gewogen.

 

Vraag 6:

Tot slot ten overvloede: Ten aanzien van de voormalige Has-locatie heeft de gemeenteraad in juni van dit jaar al aangegeven dat hoogbouw van 60 meter hier niet tot de mogelijkheden behoort.

 

 

Antwoord:

Uiteraard houdt het college rekening met de vaststelling van de Nota Hoogbouw inclusief het aanvaarde amendement.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch,

Namens deze,

De waarnemend secretaris,

 

 

mr. P.G. Wijnen